U bevindt zich hier: HomeNieuws genealogie

Hendrik Jan van der Molen

Hendrik Jan van der Molen, hoofdcommissaris, van 1956 t/m 1966, van Amsterdam, behoort ook tot onze tak van de Familie van de Molen. Benno van de Molen, uit Nieuw Zeeland, kwam afgelopen dagen met een aanvulling waaruit blijkt, dat zijn vader en de commissaris broers zijn.
 
Wie was Hendrik Jan? (letterlijke tekst overgenomen uit wikipedia)

Hendrik Jan van der Molen of Hindrik Jans van der Molen (Bellingwolde, 4 juni 1911 - 21 juni 2005) was hoofdcommissaris van Amsterdam.

Hij werd geboren in het Groningse Bellingwolde, maar groeide op in het Friese Wommels als zoon van een belastingambtenaar. Zijn vader had graag gezien dat hij eveneens belastingambtenaar werd, maar hij gaf de voorkeur aan een loopbaan als officier. Als cadet ging hij studeren bij de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda waar hij in juni 1934 slaagde voor het officiersexamen. Kort hierop werd hij gepromoveerd tot tweede luitenant der infanterie en geplaatst in Harderwijk. In 1938 volgde bevordering tot eerste luitenant. Op advies van de luitenant Kees Poll ging hij over naar het Korps Politietroepen (PT). In de mei-dagen van 1940 was hij met de zesde compagnie politietroepen te Amsterdam belast met de beveiliging van Schiphol. Na de capitulatie in 1940 werd de PT opgeheven en deed Van der Molen aanvankelijk dienst bij de gemeentepolitie van Amsterdam en later in die van Alkmaar. In 1942 moest hij zich als voormalig beroepsofficier melden in de Oranje Nassaukazerne te Amsterdam en werd vervolgens door de Duitsers als krijgsgevangene afgevoerd naar Duitsland. Van 1942 was hij krijgsgevangene in de kampen Neubrandenburg (Noord-Duitsland) en het meer oostelijk gelegen Kamp Stanislau (Oekraïne). Daar werd hij in 1945 door Russische troepen bevrijd en kon hij naar Nederland terugkeren. Enige tijd na zijn terugkeer moest hij zich als oud-PT-officier (dat korps werd niet heropgericht) melden bij de Staf van het Wapen der Koninklijke Marechaussee in Den Haag. Van der Molen ging over naar de marechaussee en werd kapitein- districtscommandant in Groningen. In 1949 werd hij Hoofd van het Bureau Criminele Onderzoeken (BCO) bij de Staf Koninklijke Marechaussee in Den Haag. Zo was hij als kapitein belast met een onderzoek naar de executie eind 1942 in Fort Zeelandia (Suriname) van twee uit het Kamp Jodensavanne ontsnapte gevangenen. De eenheid waaraan hij leiding gaf was voorts belast met het doen van onderzoeken inzake fraude bij Defensie en in de aanschaffingssfeer.

In november 1955 promoveerde hij tot luitenant-kolonel. Het jaar erop werd hij gevraagd door de Amsterdamse burgemeester A.J. d'Ailly of hij er voor voelde om hoofdcommissaris Kaasjager op te volgen dien in juli met pensioen was gegaan. Op 1 november 1956 nam hij die functie over en op 4 november vielen Sovjettroepen Boedapest binnen om een einde te maken aan de Hongaarse opstand. Als reactie daarop volgden in Amsterdam gewelddadige protesten bij de gebouwen van de Communistische Partij van Nederland en De Waarheid omdat de CPN die inval niet wilde veroordelen.

Van der Molen kon goed overweg met D'Ailly maar toen uitgekomen was dat deze burgemeester een buitenechtelijke relatie had, diende D'Ailly zijn ontslag in. Op 1 januari 1957 werd G. van Hall de nieuwe burgemeester. Deze kon met Van der Molen minder goed kon opschieten wat ertoe leidde dat Van Hall zijn hoofdcommissaris in 1961 probeerde te ontslaan wegens problemen binnen de organisatie en de persoonlijke verhouding in de top. Dit verzoek werd echter door het ministerie van Binnenlandse Zaken niet gehonoreerd. In diezelfde periode had Van der Molen geen succes met bij een sollicitatie naar de functie van burgemeester van de Groningse gemeente Vlagtwedde.

In de jaren die volgden had de Amsterdamse politie te maken met wekelijks samenscholingen van provo's bij Het Lieverdje. Daarnaast waren er anti-Amerikaanse demonstraties tegen de Vietnamoorlog waarbij leuzen geroepen werden als "Johnson moordenaar". De politie kreeg de opdracht om mensen die dat riepen op te pakken omdat volgens het toenmalig Wetboek van Strafrecht een 'bevriend staatshoofd' niet beledigd mocht worden. Bij het huwelijk van kroonprinses Beatrix met de Duitser Claus werd op 10 maart 1966 door provo's een rookbom gegooid. Toen daar ook nog eens het bouwvakkersoproer en de bestorming van het Telegraafgebouw op 14 juni bij kwam, was een ontslag van Van der Molen onvermijdelijk geworden. Op 16 juli 1966 werd hij door minister van Binnenlandse Zaken Jan Smallenbroek 'eervol' ontslagen.

Daarna volgde een carrière in wat hij "de burgermaatschappij" noemde. De Commissie-Enschedé, een regeringscommissie onder leiding van Ch.J. Enschedé, kreeg van de regering de opdracht om de Amsterdamse problemen te onderzoeken. Deze commissie kwam in april 1967 met een vernietigende conclusie over het beleid van Van Hall waarna het kabinet-De Jong druk op hem uitoefende om ontslag te nemen wat hij op 30 juni 1967 ook deed.

In 2005 overleed Van der Molen op 94-jarige leeftijd.

Nieuwsflitsen

Een mogelijke verhuizing van het Terneuzense archief naar het Zeeuws Archief in Middelburg stuit niet alom op een ‘njet’ bij heemkundige organisaties in Terneuzen.

Het Terneuzense archief zit met achterstallig onderhoud en moet worden gedigitaliseerd. Twee toekomstplannen liggen op tafel: het in eigen huis aanpakken of verkassen naar...

Lees meer...

van der Molen en Winschoten

Begin 18e eeuw stonden in de gemeente Winschoten 13 molens. In de loop van de jaren zijn door diverse oorzaken, zoals industrialisatie, de aantallen flink gereduceerd. Winschoten heeft op haar grondgebied nog drie monumentale molens staan, te weten Berg, Dijkstra en Edens. Deze molens zijn eigendom van de gemeente en worden beheerd door vrijwillige molenaars. Alle drie de molens staan in het centrum van Winschoten. Van deze 3 molens is ieder geval bekend, dat géén van onze voorouders eigenaar is geweest.

Go to top