U bevindt zich hier: HomeSoftware GenealogieAldfaerOude beroepen

Oude beroepen met een R

R

Raambewaarder (raembewaarder)
Deze controleerde het aantal weefgetouwen in een plaats.

Raamwachter
Wachter, bewaker op een raamveld. Op een dergelijk veld werden de ramen, die nodig waren voor de lakenindustrie, opgeslagen.

Raamzager
Een raamzaag is een grote zware zaag waarvan het blad in een horizontaal of verticaal raam gespannen is. Hij werd gebruikt door twee mannen en diende om boomstammen of balken tot planken te zagen. De onderstaande man was er het minst aan toe. Hij kreeg, vooral als de wind ongunstig was, het zaagsel in zijn gezicht. (zie ook kraanzager).

Rachelaar (raggelaar)
Rachels, smallere stroken hout van geringe dikte, latten dus, werden gebruikt om plafonds te betimmeren om er daarna het riet voor de bepleistering aan te brengen.

Racker (rakker)
Persoon die voor de politie of justitie het "vuile werk" opknapt, hetzij als helper van de schout of baljuw (en dan ook wel diefleider genoemd), hetzij als helper van de beul. De benaming zou zijn afgeleid van recker. Het waren oorspronkelijk beulsknechten, helpers van de beul bij het ondervragen van verdachten. Zij voerden de pijnigingen uit, zoals het rekken van de ledematen. Kennelijk waren het geen gewaardeerde figuren. Ook nu nog wordt het woord als scheldwoord gebruikt.

Raddraaier
Werkzaam op de lijnbanen. Hij hield het wiel in beweging waarmee men de touwen in elkaar draaide. Dit was veelal kinderarbeid. De term werd ook in ongunstige zin gebruikt: aanstichter van een beweging van verzet.

Rad(e)(n)maker
In het noorden en oosten van ons land gebruikte term voor de wielmaker, degene die karrewielen vervaardigde.

Raswercker
Wever van een soort laken dat ras genoemd werd, mogelijk ontleend aan de Franse plaats Arras, waar dat weefsel zou zijn uitgevonden.

Ratelaar, ratelwacht
Nachtwacht met een ratel.

Reder
In de textielindustrie was dit degene die de vervaardiging van geweven stoffen regelde. Eigenlijk de ondernemer. Tegenwoordig nog de ondernemer in de scheepvaart (binnenvaart, zeevaart, zeevisserij).

Reepafhouder
Is actief bij het uitzetten en binnenhalen van de netten. Onder andere achter de stoomlier nam een jongen, de afhouder, ingepalmde reepkabel in ontvangst en stuurde hem het open reepruim in, waar de reepschieter hem tot een reuzentros opcirkelde. Zowel de reepafhouder als de reepschieter zijn jongens.

Reepgast
Verbindingsman tussen de kraandrijver en de mannen werkzaam in de ruimen om aanwijzigingen te geven met betrekking tot het lossen en laden.

Reepmaker
Re(e)pemaker is een verouderde term voor touwslager. Onder andere werd de reep destijds gebruikt als meetsnoer. Ook vervaardiging van dik touw, dat ondere andere gebruikt werd om zware gewichten op te hijsen en voor touw waarmee de kerkklokken werden geluid. Verder is een reepmaker de vervaardiger van repen ten behoeve van de visserij. Bijvoorbeeld de kabel waarmee een aantal netten met het schip verbonden is. Verder noemde men een wisselend aantal netten aan een kabel een reep. Alle repen tesamen vormden een beug. Een reep is verder een vistuig bestaande uit een lange lijn waaraan korte dwarslijntjes zijn bevestigd, voorzien van haken. De dwarslijntjes noemt men ook wel sneuien. Ten derde is een reepmaker een vervaardiger van smalle cirkelvormig gebogen banden, oorspronkelijk van wilgen- of populierenrijshout als bevestigingsmiddel voor de duigen van een vat.

Reepmeester
De reepmeester was in functie bij het meten van lakens.

Reepschieter
In de zeevisserij ging de reepschieter het ruim in om de netten aan te geven. De jongste en de oudste matroos stonden aan de reling om de netten die overboord gingen aan de reep vast te maken en om op gelijke afstand van elkaar een blaasboei te bevestigen.

Reepvisser
Visser die met de reep viste op onder andere aal of bot.

Reetrekker (reedetrekker)
Ambtenaar belast met het aanwijzen van de rooilijn. Ook een metselaar of timmerman die aangesteld is om de afscheiding van naast elkaar staande gebouwen aan te wijzen.

Reeuwer
Iemand die lijken reinigt en voor de begrafenis gereedmaakt. Destijds in het bijzonder: iemand die belast was met de verzorging en eventuele teraardestelling van pestlijders. Als een huisgezin geheel uitstierf zou al het goed er van overgaan naar de reeuwer. Daarom gebeurde het wel dat dezen middelen gebruikten om de gehele familie te doen uitsterven.

Rekenaar
Administrateur, boekhouder.

Remmingwerker
Werkzaam bij het vervaardigen en onderhouden van remmingswerken. Een remming was een beschermingsmiddel van een kade of paalwerk bij een sluis en diende tot het geven van leiding aan vaartuigen bij de invaart of tot het meren van wachtende schepen om beschadiging te voorkomen.

Rentebesteller
Geldbode.

Repelaar(-ster)
Nadat het vlas geoogst en aan schoven gezet, gedroogd was, volgde het repelen op de repelbank. Daarbij werden de toppen van het vlas door de rekel (een soort kam met lange tanden) getrokken om de zaaddozen van de stengels te scheiden. Dit repelen is dus seizoenwerk. Het gerepelde vlas werd tot dunne rootschoven gebonden, die dan in water te roten werden gelegd.

Reydmaker
De reydmaker vervaardigt kammen voor een weefgetouw.

Riembeslager (ryembeslager)
Hij was de kunstenaar die de riemen of gordels, die toen een onmisbaar deel van de kleding uitmaakten, met koperen of ook wel met zilveren versiersels besloeg, waaronder de gespen van verschillende vorm en bewerking uitmuntten

Riemenmaker
Vervaardigde riemen.

Rietbinder
De rietbinder bindt het riet tot bossen. Dit is seizoenwerk.

Rietdekker
Het rietdekkersvak is een eeuwenoud ambacht dat in de loop van de tijd slechts weinig veranderingen heeft ondergaan. Een rietdekker steunt bij zijn werk op een rietdekkerstoel, die met behulp van scherpe kromgebogen haken in het dak wordt vastgezet. Als gereedschap dienen o.a. het zetje, de goot, het drijfbord, de naald en de gaffel. Een rieten dak is circa 25 cm. dik. Het riet wordt in lagen opgebracht. Eerst wordt een dunne laag riet over de panlatten gespreid, de spreilaag. De bossen riet worden dan naast elkaar gelegd met de dikste kant naar beneden. Met behulp van het drijfbord, ook wel dekplank genoemd, wordt het riet gelijk geklopt. De bevestiging van het dekriet gebeurt door middel van een dikke gegalvanisserde draad die met koperdraad op de panlatten wordt gebonden. Men onderscheidt daarbij verschillende methoden: de Hollandse, de Gelderse en de Fries-Groningse werkwijze. De dekker heeft hierbij de hulp nodig van een jongen die de draad van binnen terugsteekt, terwijl de rietdekker hem van buiten aantrekt. Deze manier van bevestigen werd vroeger veel bij de bekleding van molens toegepast, vandaar dat men deze steek de molensteek noemt. Bij de Gelderse methode maakt de rietdekker gebruik van een twijgijzer, dat lijkt op een in een driekwart cirkel gebogen paknaald, terwijl het aandrukken van de gaard tijdens het binden geschied met een hefboompje. Bij de Hollandse bindwijze wordt goot en naald gebruikt. De goot heeft enigszins de vorm van een lepelboor. De naald is aan de ene kant voorzien van een groot oog en aan de andere kant van een handvat. De draad wordt onder de panlat door in het oog van de naald gestoken. Langs de uitholling van de goot wordt de koperdraad naar binnen geschoven in het oog van de naald. Als deze teruggetrokken wordt komt het koperdraad mee. Met het zetje, een vorkachtig instrument, wordt de staaldraad aangetrokken en wordt het koperdraadje in elkaar gedraaid. Het riet wordt met de hand en een klopper gelijkelijk verdeeld. Als het dekken klaar is wordt het gehele dak nog met een klopper afgewerkt en geëgaliseerd en de losse rietdeeltjes worden verwijderd.

Rietmaker
Iemand die de rieten van een weefkam maakt; iemand die weefkammen vervaardigt. (ook reydmaker)

Rietsnijder
Rietsnijder is een beroepsbezigheid in het winterseizoen. Tegenwoordig is het rietsnijden vooral gemechaniseerd, maar vroeger was het puur handwerk. De rietsnijder gebruikte als gereedschap de rietsnit of -oort, een soort korte zeis, waarmee het riet werd gesneden. Verder werden uitkammers gebruikt om het gesneden riet van allerleid rommel, zoals dood blad, te ontdoen. Voor transport diende een rietslee. Aan zijn voeten droeg de rietsnijder laarzenklompen, klompen met een leren schacht.

Rijenmakere
Vermoedelijk een vervaardiger van schaven.

Rijglijfmaker
Een rijglijf was een onderkledingstuk, veelal door vrouwen, maar ook wel door mannen gedragen. Het wasvervaardigd uit stevig doek en baleinen en van een rijgsluiting voorzien. Het was de voorloper van het corset.

Rijtuigbekleder
De rijtuigbekleder stoffeerde rijtuigen.

Rijtuigmaker
Vervaardiger van rijtuigen.

Ritser
Persoon die van overheidswege met een ritsijzer tonnen en vaten merkt en er de inhoudsmaat op aantekent.

Riviervisser
Zoetwatervis, afkomstig uit onze rivieren, is lange tijd deel van het menu van onze streken geweest. Velen langs de grote rivieren hebben als hoofd- of bijverdienste hun inkomen verworven via de riviervisserij.

Roedragher
Vredestichter. Hij droeg een roe (hoog rechtop), zodat iedereen kon zien dat hij de vredestichter was.

Roeier, roeijer
1. In het belastingwezen: De ambtenaar die vaten of andere vochtmaten roeit oftewel de inhoud daarvan peilt of meet.
2. In de binnenscheepvaart: Roeiers waren degenen, die (vroeger met behulp van een roeiboot) behulpzaam waren bij het aanleggen van schepen (bevestigen van kabels).

Roeper
Iemand die in het openbaar iets aan- of afkondigt of bekendmaakt. Ook iemand die van gemeentewege is aangesteld om zaken die ter kennis van het algemeen moeten worden gebracht in het openbaar uit- of omroept. Ook de persoon die op een openbare verkoping de goederen afroept en ze aan de meestbiedende toewijst.

Roerdrager
Dragers van een roer oftewel geweer. Zij werden ook arkebusiers, busschutters of musketiers genoemd.

Roerganger
De man die te roer gaat, zijn roergang waarneemt, de man die een schip stuurt.

Roermaker (roeremaker)
Maker van roeren, geweren.

Roerruiter
Militair te paard. Zij werden ook karabiniers of bandelierruiters genoemd. Zij droegen rechts een korter vuurwapen dan de musketiers.

Roerschutter
Militairen die een geweer hadden.

Roffelaar
Werkman, timmerman, die met de roffel, de roffelschaaf, werkte om daarmee het ruwste van de planken af te schaven. Iemand die zijn werk niet goed deed, een knoeier, werd ook wel roffelaar genoemd.

Rofster
Koppelaarster of hoerenmadam, bordeelhoudster.

Roggebakker
Bakker van roggebrood.

Roggemolenaar, rogmolenaar
Molenaar die rogge maalde.

Rogmeter
Belastingmeter op koren, door de stad aangesteld.

Rokkenwever
Lange tijd verdiende boerengezinnen thuis een extra inkomen met het weven van linnen en later katoenen stoffen voor textielhandelaren. Voor de lokale markt werden ook handmatig rokken geweven. Na de jaren dertig van de twintigste eeuw verdween de streekdracht. Daardoor verdween de vraag naar deze rokken en kwam er een einde aan de vervaardiging van dit product.

Rolbidder
Zij maakten deel uit van een groep bedienaars die door de gemeente was aangesteld en die volgens een rooster waren aangewezen om een eventuele begrafenis aan te nemen en daarbij als eerste man te fungeren.Zij waren gekleed met steek, korte broek en lage schoenen met gespen.

Ronddraaier
Zie aardedraaier.

Rondleurder
Rondreizend kramer of koopman, als regel met kleine draagbare waren als garen, lint, stoffen, naalden, spelden, soms zelfs brillen.

Ronselaar
In feite een handelaar in mensen(-arbeid), vooral ten behoeve van de Ver. Oost-Indische Compagnie, een vroege vorm van uitzendbureau. De Compagnie had altijd moeite om voldoende zeelui te werven voor de scheepvaart op Indië, zodat men gebruik maakte van ronselaars. Deze wierven mannen, vaak bijv. deserteurs uit een van de Duitse legers, aan de grenzen van de Republiek, of andere ook uit onze provincies afkomstige gelukszoekers. Dit gebeurde vaak onder valse voorwendsels en het royaal verschaffen van drank. Had het slachtoffer getekend dan werd hij met zijn medeslachtoffers naar Amsterdam gebracht en opgesloten in speciale huizen tot ze tegen vergoeding aan de V.O.C. werden overgedaan , waar ze als varensgezel of zeesoldaat dienst moesten doen.

Roodgieter
Iemand die voorwerpen goot van rood koper.

Roodverver (roodverwer)
De roodververs leveren de licht- en donkerrood getinte lakens.

Roodwerker
Zie greinwerker

Rooimeester (landmeter, erfscheider)
Ambtenaar die belast is met het aanwijzen van de rooilijn van gebouwen en straten of van wegen, enz. met het toezicht op de bouw van nieuwe en de toestand van oude huizen, enz. Bouwopzichter, ook opzichter van wegen en erfscheider.

Roomeester
Een meester (geneesheer) die bij pestziekte vanwege de stad werd aangesteld om diegenen, welke aan deze ziekte leden, te behande4len. Hij kreeg een vrije woning en jaargeld.

Rosmolenaar
Molenaar van een molen die door een of meerdere paarden (ezels, soms ook andere trekdieren) in beweging wordt gebracht.

Rotmeester (onderrotmeester)
Buurt- of wijkmeester.

Rottenkruitsman
Persoon die zijn werk maakt van het doden van ratten met behulp van rattenkruid.

Rottenman, rottenvanger
Rattenvanger die met uiteenlopende middelen (gof, vallen en klemmen) ratten ving.

Rottingwerker
Vervaardigde wandelstokken, veelal van rotting, stengels afkomstig van de rotanplant, maar ook van andere materialen, zoals Spaans riet.

Rouwbeklager
Persoon die rouw beklaagt, condoleert; persoon ide rouwklachten aanheft.

Rouwgoedverhuurder
Verhuurder van rouwkleding.

Rouwmantelverhuurder
Verhuurder van rouwmantels.

Rouwstalhouder, rouwkoetsenverhuurder
Stalhouder die lijkwagens en rouwkoetsen verhuurde.

Rouwsteller
Begrafenisondernemer.

Rouwwinkelier
Winkelier in rouwkledij.

Ruimer
1. Werkman die privaten, beerputten, kolken, riolen, enz. schoonmaakt, ruimt.
2. Werkman die met een hakmes het op stam staande hout ruimt, snoeit.

Runmolenaar
Molenaar die eikeschors fijnmaalde ten behoeve van de leerlooierij.

Ryembeslager
Hij was de kunsternaar die de riemen of gordels, die toen een onmisbaar onderdeel van de kleding uitmaakten, met koperen of ook wel met zilveren versierselen besloeg, waaronder de gespen van verschillende vorm en bewerking uitmuntten.

Nieuwsflitsen

Een mogelijke verhuizing van het Terneuzense archief naar het Zeeuws Archief in Middelburg stuit niet alom op een ‘njet’ bij heemkundige organisaties in Terneuzen.

Het Terneuzense archief zit met achterstallig onderhoud en moet worden gedigitaliseerd. Twee toekomstplannen liggen op tafel: het in eigen huis aanpakken of verkassen naar...

Lees meer...
Go to top